Wanneer kansen ontbreken, moet iemand ze maken
Herman Reynders over Talim – Limburg – Artikel door Aster Deneyer
“Als kinderen de wereld niet kennen, kunnen ze hem ook niet kiezen.” Die zin blijft hangen terwijl ik tegenover Herman Reynders zit, de man die Talim mee uit de grond stampte. Wat begon bij de sluiting van Ford Genk in 2012, groeide uit tot een beweging die kwetsbare jongeren opnieuw perspectief wil geven.
Een probleem dat te groot werd om te negeren
Toen in 2012 het SALK-rapport verscheen, werd één pijnpunt pijnlijk duidelijk: Limburg verloor te veel jongeren nog vóór ze een diploma secundair onderwijs haalden. “Schooluitval is geen puur onderwijsprobleem,” zegt Reynders. “Het gaat over thuissituaties, taal, beperkt netwerk. Kinderen die simpelweg niet weten wat er mogelijk is.”
Hij vertelt hoe hij, toen nog gouverneur, samen met rector Luc De Schepper op zoek ging naar een aanpak die wél werkt. Die zoektocht bracht hen bij Tada in Brussel, waar jongeren op zaterdagen kennismaken met tientallen beroepen. “We zagen kinderen openbloeien. Dat wilden we ook in Limburg.”
Een educatieve zaterdagwerking die deuren opent
Talim startte in Genk en groeide snel naar Beringen en Maasmechelen. Elke zaterdag ontdekken jongeren uit kwetsbare gezinnen nieuwe werelden: van boomverzorger tot ingenieur, van tandarts tot orthopedisch technicus. “Het is geen school,” benadrukt Reynders. “Het is een combinatie van jeugdbeweging en ontdekking. Ze mogen dingen doen, proberen, voelen. Zo ontdekken ze hun talenten.”
Die aanpak werkt. Kinderen leren zichzelf kennen, maken bewustere studiekeuzes en bouwen zelfvertrouwen op. “Ze horen bij Talim,” zegt hij.
Kwetsbaarheid die je niet altijd ziet
Reynders spreekt open over de doelgroep: Het gaat over kwetsbare gezinnen, gezinnen in overlevingsmodus, gezinnen met een beperkte taalvaardigheid, met weinig netwerk. Toch komen elke week zo’n 300 jongeren opdagen. Meerdere jaren aan een stuk. Tot het 6de middelbaar worden ze opgevolgd.
Toekomst tegemoet komen - De stap naar de scholen
Omdat de nood groot blijft, heeft Talim een toekomstplan. Ze willen uitbreiden naar de klasvloer zelf. Het idee klinkt als volgt: Gastdocenten komen tijdens de schooluren langs, uitstappen worden geïntegreerd in het leerplan. “We brengen geen extra werk,” zegt Reynders. “We brengen kansen. En leerkrachten zien hun leerlingen plots op een andere manier. De ene leerling die het moeilijk heeft blijkt talent te hebben voor bijvoorbeeld techniek. Dat verandert alles.”
Impact die groeit, ook al is ze nog jong
De eerste cohorten zijn nog niet afgestudeerd, maar de signalen zijn duidelijk. Scholen melden betere keuzes, meer motivatie, meer zelfvertrouwen. “We baseren ons op Tada,” zegt Reynders. “Daar haalt 95% van de Tada’s studenten een diploma secundair. Dat geeft hoop.”
Waarom hij dit doet - drijfveer
Wanneer ik hem vraag naar zijn drijfveer, wordt hij even stil. “Ik was de eerste in mijn familie die verder kon studeren. Dat heeft mijn leven veranderd. Als wij één kind datzelfde duwtje kunnen geven, dan is het al de moeite.”
Hoop die groeit in kleine stappen
Talim is geen wondermiddel. Maar het is wél een begin. Een plek waar kinderen ontdekken dat ze iets kunnen, dat de wereld groter is dan hun straat, dat talent niet elitair is maar menselijk.
“Een diploma maakt het leven niet perfect,” zegt Reynders, “maar het maakt het wel makkelijker. En dat gun ik elk kind.”